Weekendbijlage 'Vrij' bij Telegraaf

  

Gezegend als laatbloeier

Hij is net terug uit Milaan, waar hij wekelijks heenvliegt. Hij kleedt prinsessen, showt in Rome en wordt internationaal gevierd. Maar heel diep in zijn hart is couturier Addy van den Krommenacker (69) nog steeds die dorpsjongen uit Uden, dol op tomatensoep en teddyberen.
 
Tekst: Marjolein Schipper
 
Parels, bont, organza en fijn chiffon, zijde, fluweel en brokaat. En dat allemaal in sprookjesachtige kleuren. Goud en pauwblauw, zeegroen, kleurige muiltjes als voor een prinses, een paspop vol met pailletten. Welkom in de weelderige wereld van Addy van den Krommenacker, gevestigd in het op een na oudste pand van Den Bosch.
De couturier zelf is net een half uurtje terug uit Milaan, waar hij de ene helft van de week verblijft. Het vliegen is dan ook een routine geworden waarbij hij zelfs al eens zó ontspannen  met een glaasje prosecco in de lounge verbleef dat het vliegtuig zonder hem vertrok.
Maar vandaag zat het niet mee. Eerst liet hij zijn iPod in het bakje van de veiligheidscontrole liggen en daarna slikte de pinautomaat zijn bankpas in. Zomaar. Om over de file tussen Schiphol en Den Bosch nog maar niet te spreken. En dan staat er straks alweer een model te trappelen voor een doorpas-sessie en komt een styliste kleding uitzoeken voor een televisieprogramma.
Maar toch neemt Van den Krommenacker alle tijd voor het interview. Gezellig tussen de honderden japonnen in, met een nootje en een glaasje rode wijn erbij. Italiaanse wijn, want hij is er inmiddels van overtuigd dat hij Italiaans bloed moet hebben.
 
Vroeger lustte je alleen tomatensoep toch?
 
“Inmiddels is daar pasta vongole bijgekomen. En prosciutto melone. Eenvoudig, ik houd nog steeds niet van heel ingewikkelde maaltijden. Maar vroeger at ik inderdaad het liefst tomatensoep en een gehaktbal.”
 
Zit er ergens in binnen in die internationaal georiënteerde modeontwerper nog die dorpse jongen uit Uden?
 
“Ik ben het niet ontgroeid. Dat dorpje, mijn ouders, mijn broers en zussen, mijn opvoeding, dat is en blijft een basis waarmee ik heel erg blij ben. Ik was als kind een buitenbeentje in Uden, dat wel. Mijn vader was huisschilder en mijn moeder dreef iets wat ze tegenwoordig een gemakswinkel zouden noemen. Ik kan me vooral herinneren dat er altijd veel door huis werd gedraafd, altijd alle deuren open. Ik liep als kind dan al die deuren dicht te doen. Want ik wilde een rustig plekje om te tekenen en plaatjes te plakken in de oude behangboeken die ik van mijn vader kreeg. Die plaatjes, van prinsessen en filmsterren, knipte ik uit tijdschriften.”
 
Dat zullen ze in die jaren op de Udense basisschool wel heel bijzonder hebben gevonden.
 
“Ik had dat toen ik heel jong was allemaal nog niet zo door. Ik nam bij voorbeeld vol enthousiasme een teddybeer mee naar school, want ik was dol op teddyberen. Die beer werd dan door de jongens uit de klas in een plas water gegooid. Vreemd genoeg leerde ik daarvan. Ik leerde dat niet iedereen hetzelfde is en hoe je je eigen positie bepaalt ten opzichte van anderen.”
 
Vervolgens wilde je priester worden. Een echte roeping?
 
“Hemel, nee. Ik wilde gewoon mijn ouders een plezier doen. Die vonden dat geweldig. Bovendien was ik misdienaar in een kloosterkerk en dat beviel me erg goed. Er zat namelijk een meisjesinternaat bij en ik ging regelmatig met die meisjes platen draaien en dansen. Ik dacht eigenlijk dat het seminarie net zoiets zou zijn.”
 
Maar dat viel tegen.
 
“Nogal. Het seminarie zat in de straat waar ik woonde maar ik mocht maar drie keer per jaar naar huis. Ik was toen een jaar of dertien. Het was een jongensgemeenschap waar je veel moest sporten en zo. Niets voor mij. Ik hield van muziek en lag met een radiootje onder de dekens naar en Ria Valk en het songfestival te luisteren. Werd ik weer mee betrapt. Ik was dol op Ria en had allemaal foto’s van haar in mijn chambrette hangen, zo heette dat toen.”
 
Je  priestercarrière duurde niet lang.
 
“In het vierde kwartaal probeerde ik te ontsnappen. Ik dacht, ik fiets naar het eind van de wereld. Naar mijn lievelingstante Nellie in Veghel, die vast wel op mijn hand zou zijn. Maar ze belde meteen mijn moeder. Ik moest terug naar het  seminarie. Toen greep gelukkig de rector in. Hij liet mijn ouders weten dat het niets zou worden met mijn priester-ambities, want ik was veel te veel met de meisjes bezig.”
 
Dat kwam door al die foto’s van Ria Valk natuurlijk!
 
‘Weet je dat ik haar zelfs nog een keer heb gebeld? Zo’n fan was ik als jongetje. Ze riep: ik heb nu geen tijd hoor, ik sta te stofzuigen.”
 
Toen switchte je van het priesterschap naar een zangcarrière.
 
“Samen met drie andere jongens richtten we de groep Square op. Dat ging eigenlijk heel goed, we hebben zelfs een talentenjacht gewonnen. Maar de manager vond dat ik zangles moest nemen en die lerares riep dat ik er niets van bakte. Mijn techniek deugde niet en ik moest oefeningen doen en op mijn ademhaling letten. Uiteindelijk stond ik op het podium dus alleen nog maar te tellen en op mijn ademhaling te letten en kwam er geen noot meer uit. De groep ging zonder mij verder. Ik ben helemaal ingestort. Gelukkig kwam mijn zus toen aan met een vacature in een kledingzaak in Den Bosch.”
 
Voelde je je daar meteen in je element? De wetenschap dat dit het ging worden?
 
“Ik wilde al naar de modeacademie. Maar dat vond mijn vader niet goed. Een broer was namelijk al kunstschilder en nog zo’n vage creatief in de familie, dat was teveel van het goede. Ik was geen recalcitrant kind dus ik luisterde daarnaar. In de kledingzaak, eigendom van de bekende familie Van de Ven, zagen ze talent in me. Ze wilden me opleiden in het modevak maar, zeiden ze, je bent nog veel te Udens. Ik moest escargots eten in plaats van tomatensoep en mocht niet meer ‘ons moeder’ zeggen. Dat volgde ik allemaal braaf. Met als gevolg dat ik in Den Bosch toch nog steeds werd gezien als die dorpsjongen terwijl ze in Uden vonden dat ik kapsones kreeg.”
 
Maar uiteindelijk voelde je je toch veel meer thuis in Den Bosch.
 
“En in Amsterdam en Parijs en Londen, want daar kwam ik opeens allemaal terecht. Ik ontmoette Mathilde Willink en zat bij shows van Frank Govers. Naast een vrouw die tegen me zei: ‘Ik denk dat ik hierna zelfmoord ga plegen’. Ik holde helemaal geschrokken naar Govers en zijn vriend om hen te waarschuwen. Die moesten enorm lachen. ‘Ach schat die vrouw heeft weer eens te veel gedronken.’ Dat was dan weer dat dorpse in mij. Mathilde aaide me over mijn hoofd en zei dat ik zulk mooi haar had. Ze wilde dat ik haar meenam naar Den Bosch, ze wilde kaarsjes opsteken in de Sint Jan en tien Bossche Bollen eten. We belandden uiteindelijk samen in de plaatselijke gay bar. Daar voelde ik me nooit thuis maar met Mathilde samen was ik gelijk een held.”
 
Hoe landde de boodschap van het gay zijn thuis in Uden?
 
“Mijn moeder heeft alleen maar zitten huilen en mijn vader was teleurgesteld. Ik zei: wat wil je dan, dat ik de rest van mijn leven ongelukkig ben? Hij wees (woest) naar buiten en zei: ‘Denk je nou echt dat iedereen hier in de straat GELUKKIG is?’ Maar later is het wel goed gekomen hoor. Tenminste…. Mijn vader toonde nooit zijn gevoelens en had moeite met complimenten. Als mijn moeder zich mooi maakte zei hij: wat heb je nou aan, denk je dat je naar de koningin gaat? Maar eigenlijk was dat zijn manier om te zeggen dat ze er goed uitzag. Tegen mij heeft hij er nooit meer wat over gezegd. Maar hij praatte uiteindelijk wel heel veel met mijn vriend, meer dan met mij. Dat was zijn manier om te zeggen dat het okay was.”
 
Je bent als ontwerper een laatbloeier, pas op je 57e begonnen. Waarom niet eerder?
 
“Ik kon lange tijd al mijn creativiteit kwijt in de inkoop. Ik reisde de hele wereld over, kocht voor mijn zaak topmerken in zoals Valentino, Donna Karan, Versace en Dolce & Gabbana. Bovendien opende zich telkens een nieuw hoofdstuk met nieuwe uitdagingen. In 1986 was daar Sandra Reemer, die graag wilde dat ik haar kleding ging verzorgen. Ik was haar stylist voor dat woord was uitgevonden! In het begin werd daar wat vreemd tegen aan gekeken, Sandra werd zelfs beschuldigd van diva-gedrag. Maar daarna kwamen er vele sterren die dat wel wilden En dus stond ik in 2005 opeens de jurk van Glennis Grace te schikken op het podium van het Eurovisiesongfestival. Op zulke momenten dacht ik altijd weer: ik, die jongen uit Uden, sta nu op het podium van het Songfestival!”
 
Maar vind je het dan niet erg dat je niet veel eerder zelf bent gaan ontwerpen?
 
“Mijn carrière is gewoon heel geleidelijk gegaan. Maar dat zie ik als een groot voordeel. Stel dat ik op mijn 20e was begonnen met ontwerpen? Dan had ik er nu, op mijn 69e, waarschijnlijk al lang genoeg van gehad, was het leven saai geweest. Of stel dat mijn zangcarrière zich wel had doorgezet? Dan was er nu gezegd: moet Addy nog steeds zingen op zijn oude dag, toch een tikje sneu. Terwijl alles zich nu nog steeds ontwikkelt en nieuw en spannend is.”
 
Toch heb je wel een tijd een dip gehad, ook omdat die zangcarrière zich niet had doorgezet.
 
“Iedereen heeft momenten in het leven dat alles bij elkaar komt. Relatie uit, ik vond mezelf terug op een etage boven een winkel die eingenlijk niet van mij was, geen zanger geworden… Ach het was gewoon een midlife crisis. Ik ben gaan reizen. (Ibiza,) Equador, China, India, Pakistan, Nieuw Zeeland ,soms met iemand anders maar veel vaker alleen, dat vond ik het prettigst. Toen ik terugkwam ben ik in ’97 helemaal opnieuw begonnen met een eigen zaak. Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt. Ik dacht dat ik toch wel wat naam had opgebouwd. Maar als je bij zo’n bank aankomt met plakboeken vol foto’s van Sandra Reemer en andere sterren in door jouw bijeen gezochte creaties, halen ze daar echt hun schouders over op. Maar juist tegenslag geeft mij energie om dóór te gaan.”
 
Wat was eigenlijk de precieze aanleiding om zelf te gaan ontwerpen?
 
“Ik miste dingen in de bestaande collecties. Zo simpel was het eigenlijk. Al die avondjaponnen waren prachtig maar zonder mouwen, terwijl ik wist dat mijn klanten gewoon een mouwtje wilden. Ik kende iemand die een trouwcollectie maakte en ik vroeg haar of ze kanten tops met mouwen wilde maken voor mij. Ik heb wat voor haar uitgetekend, ik zag het voor me. Die tops, in verschillende kleuren, vlogen de winkel uit. Toen ben ik andere dingen gaan ontwerpen. In 2002 was mijn eerste show een feit en stond ik opeens op de voorpagina van De Telegraaf.”
 
Je klinkt er nog steeds wat verbaasd over.
 
“Omdat me telkens opnieuw dingen gebeurden die ik nauwelijks kon geloven. Een show in Rome. Het was net het afscheidsjaar van Valentino, dus alle internationale pers was er, inclusief de NOS, die weer een item over mij maakte. Een show die echt magic was, met muziek van Ennio Morricone. De foto’s zag ik terug over media in de hele wereld. Er werd mij gevraagd wanneer ik in de Vogue kwam. Ik zei, ik in de Vogue! Doe niet zo raar. Maar later was het een feit. Inkopers uit Rusland en het Midden-Oosten op de stoep. Of ik Tyra Banks wilde kleden voor de finale van America’s Next Top Model en mijn jurken werden gebruikt voor de final runway. In Sarajevo gaf ik de eerste show na de oorlog. Een stroomversnelling noemen ze dat. Nee, ik heb er geen spijt van dat ik een laatbloeier ben. Integendeel: omdat ik zo laat ben begonnen word ik in het buitenland soms aangeduid als ‘die jonge Nederlandse ontwerper’. Hoe grappig is dat als je op je 57 je eerste buitenlandse show gaf.' 
 
En uiteindelijk kwam de cirkel rond. Want waar je vroeger prinsessenplaatjes uitknipte, mocht je opeens een trouwjurk voor een echte prinses ontwerpen.
 
“Voor prinses Carolina de Bourbon de Parme. Haar moeder prinses Irene vroeg me het kant te gebruiken van haar eigen trouwjurk uit 1965. De jurk zat in een doos, ‘Paleis Soestdijk’ stond erop, gemaakt door Balmain van een heel speciaal kant dat door koningin Juliana in Brugge was laten maken. Een deel van het kant dat Balmain daarvan over had, lag er ook nog in en mocht ik weer gebruiken. Ik was uitgenodigd voor de bruiloft en zat zo samen met de koninklijke familie in de kapel. Weet je wat het is: als je wat ouder bent kun je veel meer relativeren en genieten van zulke momenten. Twee dagen voor de inhuldiging van Willem-Alexander moest ik acht jurken afleveren voor die dag. Ik begon met de japon voor prinses Irene en haar dochter prinses Margarita, vervolgens naar Paleis Het Loo en eindigde met die voor burgemeestersvrouw Femke van der Laan. Zat ik ’s avonds, twee dagen voor de boeg tot het grootste evenement van het land in decennia, een glas wijn te drinken met de burgemeester van Amsterdam. Dat is magisch.”
 
Wat heb je voor ogen als je ontwerpt?
 
“Vrouwen moeten zich een prinses voelen in mijn jurken, maar zonder de last van het overdressed zijn. De ultieme jurk geeft vertrouwen in plaats van onzekerheid. Zelf ben ik voor iedere collectie weer onzeker. Kan ik het wel gaan waarmaken? Ik zou best een opvolger in de zaak willen hebben, iemand die net als ik een echt eigen signatuur heeft en iets speciaals wil maken. Maar dat is heel moeilijk, heb ik de afgelopen jaren wel gemerkt.”
 
Je hebt geen hoge pet op van de jonge generatie ontwerpers?
 
“Er komen maar weing nieuwe grote jonge ontwerpers bij, mensen van demodeacademie willen bijna allemaal Viktor en Rolf worden. Kunst maken in plaats van draagbare couture. Ik heb hier heel wat stagiaires gehad en in mijn achterhoofd zoek ik natuurlijk toch naar die opvolger. Maar vaak hebben ze zo’n negen tot vijf mentaliteit, missen de drang om een stapje extra te lopen, langer door te werken, door te gaan tot het echt goed is. Zelf kan ik me geen leven voorstellen zonder mijn jurken. Ik droom nooit van een auto, ik droom alleen maar van stoffen! Als het soms tegenzit, zoals in de tijd toen ik problemen had met de belasting, denk ik altijd: wat kan mij eigenlijk overkomen? Al zit ik op een klein kamertje. Als ik maar een paspop heb en een stuk stof dat ik erom heen kan draperen, ben ik gelukkig.”
 
CV
 
Geboren
Uden, 8 april 1950
 
Opleiding
Mulo, Uden
 
Carriere
Vanaf 1970 inkoper voor boutique Tic Tac in Den Bosch, in 1980 nam hij deze zaakover. In 1997 opende Addy zijn huidige zaak in de Verwersstraat, in 2001 werd de eerste couture collectie gepresenteerd.
 
Gekleed door Addy:
Actrice Thekla Reuten, Chantal Janzen, Nicolette van Dam , Yolanthe Kabou verschillende leden van de koninklijke familie zoals prinses Margriet en prinses Irene,
Bruidsjurken voor de voetbalvrouwen van Ruud van Nistelrooy, Frank Rijkaard en trainer Louis van Gaal
internationaal Sofia Milos, Tyra Banks, Susan Blakely, Malika Sherawat.
 
Onderscheidingen
World of Fashion Awardin Rome, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, Premio Moda Award in Matera, Look of the Year Award Sicilië e.v.a.
 

©2016 | ADDY VAN DEN KROMMENACKER
DESIGN | SCHUTDESIGNS IN BLOCKWISE